Mijn kinderen zag ik amper (vervolg)

Na middelbare school en militaire dienst kwam hij in het zakenleven terecht. Daar bleek hij op zijn plaats te zijn. Al rond zijn dertigste leidde hij samen met iemand anders een keukenmeubelen bedrijf.

De jaaromzet groeide tot tientallen miljoenen guldens. Wekelijks kwamen vrachtwagencombinaties vol vanuit Duitsland naar Nederland. Financieel ging het hem goed, maar er moest hard voor worden gewerkt. “Ik reisde ruim 100.000 km per jaar, ik zat overal zowel in Nederland als in Europa.

Met een klant in Alphen aan de Rijn, de heer de Boer, kon hij goed praten over van alles en nog wat en in het bijzonder over de zin van het leven. Ton vertelt: “Het was op een keer tussen de middag, dat hij mij vroeg om mijn boterham samen met hem achter in het kantoor te komen opeten. Daar kwam ons gesprek op de gang van zaken rondom kerk en gezin. Ik zag door mijn zakendoen mijn kinderen amper. Daar sprak hij mij op aan: ’Dat zal de Here God je niet in dank afnemen’.

Met een roze folder uit de bureaula van de heer de Boer, ging Ton weer weg. “Ik dacht zelfs nog dat hij van de Jehova Getuigen zou zijn. Ik schrok ervan.

 
Copyright © 2006 Evangeliegemeente 'De Regenboog'