Mijn leven is geen succesverhaal

Het is voor mij altijd een beetje vreemd om te horen dat je kapot en gebroken moet zijn voor je eindelijk tot geloof komt. Toen ik werd geboren ging het eigenlijk prima met me. Ik heb een lieve vrouw, twee leuke kinderen en had een een zaakje dat best wel leuk liep. Ik was wel anti geloof. Niet alleen het christelijke geloof maar eigenlijk elk geloof. Ik vond het een soort levensverzekering voor angstige mensen. Ik las veel Nietzche en Sartre en meer van dat type denkers die het leven als een soort toeval beschouwen en was het daar wel mee eens. Van geloof moest ik niets hebben.

Ik ontmoette vijf jaar voor mijn bekering een jongen die christen was maar toch mijn vriend werd. Ik gaf wel duidelijk te kennen dat hij het nooit over geloof mocht hebben want dat vond ik onzin. Na vijf jaar vriendschap vroeg hij me mee te gaan naar de Passion van Adrian Snell. Dat ging over de kruisiging maar ik vond de muziek wel mooi dus ik ging mee. Na het concert voelde ik me een beetje vreemd. Ik vertelde dat aan mijn vriend die alleen maar zei dat ik wist aan wie ik uitleg voor dat gevoel moest vragen. Dat maakte me kwaad omdat ik dan iets aan God zou moeten vragen en dan natuurlijk ineens bekeerd zou worden.

Ik kwam thuis, zenuwachtig en in een rothumeur. Toen ik in mijn woonkamer stond werd ik plotseling languit op de grond gedrukt. Ik wilde opstaan maar dat ging niet. Ik hoorde in mijn hoofd of hardop, dat weet ik niet meer “Ik ben God”. Ik moest lachen en zei “Okee, jij bent God”. Toen werd ik losgelaten en stond ik op. Het was allemaal zo vreemd dat ik bij mezelf mompelde “Daar trap ik dus niet in”. Daarna lag ik weer op de grond. Dit keer lag ik daar langer en weet niet precies wat er allemaal door me heen ging, maar toen ik weer op kon staan wist ik dat God bestond. Ik strompelde naar de slaapkamer en viel in slaap. De volgende ochtend realiseerde ik me wat er was gebeurd en besloot alles te negeren. Toen werd ik weer tegen de grond gedrukt. Ik geloofde dus.

Mijn vrouw geloofde het niet en de kinderen, die op een christelijke school zaten omdat die zo lekker dichtbij was en die mijn reactie op de verhalen kenden die daar werden verteld geloofden het ook niet. Gelukkig kwam mijn vrouw niet veel later ook op een vreemde manier tot geloof en de kinderen ook.

Het was een hele opgave om ons leven om te bouwen. In plaats van dat alles beter ging, ging bij mij alles verkeerd. Ik raakte mijn zaak kwijt, kreeg een auto-ongeluk, serieuze gezondheidsklachten en belandde in de WAO. Alles wat ik in jaren had opgebouwd ging aan stukken. Maar God bleef. Hij bleef altijd dicht bij me. Voor alles wat ik kwijt raakte kwam iets van Hem terug. Ik mocht en mag voor Hem werken. Wat stuk leek te gaan heelde, maar op zo'n manier die ik nooit voor mogelijk had gehouden.

Ik ben geen succesverhaal in de zin van: Alles ging fout maar toen ik God leerde kennen ging alles goed. Mijn leven ging goed tot ik Hem leerde kennen, daarna ging alles, menselijk gezien, verkeerd. Maar met de hulp en de liefde van God ben ik gedrongen in een leven zoals Hij dat wil hebben. Ik groei, ik groei nog steeds. In afhankelijkheid, dat kan niet anders. Ik verwacht alles van God omdat Hij me nooit met lege handen heeft laten zitten hoe weinig ik er soms ook van begreep. Hij heeft me door uitzichtloze situaties geleid naar een mooier uitzicht dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.

Fred Poort

Copyright © 2006 Evangeliegemeente 'De Regenboog'